Vereniging van universiteiten
Lange Houtstraat 2
Postbus 13739
2501 ES Den Haag
T: 070-3021400
E: post@vsnu.nl
De combinatie van onderwijs en onderzoek brengt de Nederlandse universiteiten bij de beste van de wereld. Internationaal wordt –vanwege de goede scores van universiteiten en andere instituten– met waardering gesproken over het flexibele en effectieve onderzoeksysteem.
Nederlandse universiteiten hebben drie taken: onderwijs, onderzoek en valorisatie. Het wetenschappelijk onderwijs aan de Nederlandse universiteiten wordt gegeven door onderzoekers. Naast de universiteiten doen ook aparte onderzoeksinstituten onderzoek: de instituten van NWO en KNAW, GTI’s, DLO en TNO. Een aantal van deze instituten heeft een speciale opdracht, zoals het beheren van speciale collecties en faciliteiten. Onderwijs wordt er op de instituten niet gegeven.
Internationaal gezien is het normaal dat zowel universiteiten als aparte instituten onderzoek doen. Wel zijn er verschillen tussen landen: Nederlandse universiteiten (65% van het publiek gefinancierde onderzoek) doen relatief minder onderzoek dan bijvoorbeeld hun collega’s in het Verenigd Koninkrijk (68%) of Denemarken (79%), maar meer dan in Duitsland (52%) of Frankrijk (53%).
De kwaliteit van het onderzoek aan de universiteiten, gemeten in het aantal citaties, is ongeveer gelijk aan het onderzoek aan de instituten. Internationaal blijkt dat de kwaliteit van onderzoek in landen met een sterke universitaire sector (NL, VK, DK) een hoog niveau heeft. De goede scores in de Europese programma’s (EIT, ERC, KP7) bevestigen dat beeld. Zo krijgen we via KP7 6,5% van de totale subsidies, terwijl we als land 5% bijdragen. Bij de ERC (onderdeel van KP7) loopt dat op dat bijna 9%. En in de prestigieuze clusters van het European Institute of Technology (EIT) hebben onze universiteiten een bijzonder groot aandeel.
Tot slot: de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid heeft in februari 2010 een advies gegeven over de rol van instituten in het wetenschappelijke veld. De raad heeft daarbij geconstateerd dat we voorzichtig moeten zijn met het creëren van meer instituten. Belangrijker is dat de bestaande instituten en universiteiten de krachten op een aantal gebieden bundelen. Daarvoor hoeven zij niet per sé te fuseren: het sterk coördineren van onderzoek is wel nodig. De universiteiten zijn hier positief over en binnen de technologiesector zijn hiertoe al stappen gezet.
De film van 1,5 miljard
Investering in kennis essentieel voor internationale positie Nederland