Vereniging van universiteiten
Lange Houtstraat 2
Postbus 13739
2501 ES Den Haag
T: 070-3021400
E: post@vsnu.nl
Het hoger onderwijs in Nederland heeft te kampen met een (te) hoog aantal uitvallers en switchers. Dit is niet goed voor studenten en het is niet goed voor de opbrengst van het onderwijs. Door specifieke activiteiten, gericht op studiesucces, kunnen deze aantallen aanzienlijk verminderen. Universiteiten verrichten deze extra inspanningen al langere tijd. Maar er moet veel meer gebeuren. Dat kost geld.
In Nederland is de studie-uitval op dit moment te hoog: 30% van de studenten haalt de eindstreep niet. Ook is de studieduur te lang. Na drie jaar studeren heeft slechts 22% van de studenten zijn bachelordiploma in het WO behaald. Tussen de 20 en 25% van de studenten switcht binnen twee jaar van opleiding. Voor sommige opleidingen (rechten, economie) ligt dit percentage zelfs aanzienlijk hoger. Het aantal contacturen, en daarmee de intensiteit van het onderwijs, is internationaal gezien laag, met name in de beginfase van de bachelor: bij een derde van de opleidingen minder dan 10 uur per week. De helft van de studenten voelt zich niet voldoende uitgedaagd. De sterke groei van het aantal studenten zet de kwaliteit van het onderwijs steeds meer onder druk. Toenemende massificatie van het hoger onderwijs dreigt. Dit alles was voldoende reden om drie jaar geleden het bevorderen van het studiesucces tot prioriteit te benoemen. Universiteiten zijn bezig met een betere aansluiting VWO-WO, realistische voorlichting, intakegesprekken, meer begeleiding in het eerste bachelorjaar, honoursprogramma’s, etcetera. Recent onderzoek geeft aan dat het rendement van hoger onderwijs zich niet beperkt tot private baten. Er is ook een sterke sociaal-maatschappelijke component doordat de economie als geheel wordt versterkt en dus iedereen hiervan profiteert. Het effect van hoger onderwijs op de productiviteitsgroei c.q. stijging van de welvaart lijkt daarbij groter in landen die dicht bij de technologische grens liggen. Dit is voor Nederland een relevante bevinding, omdat Nederland tot die landen behoort.
Om het studiesucces in de bachelorfase fors te verbeteren, is meer maatwerk nodig. Massale hoorcolleges moeten worden teruggedrongen ten gunste van kleinschaliger en intensiever onderwijs. Juist de excellente en gemotiveerde studenten lijden hieronder, terwijl zij cruciaal zijn voor de Nederlandse kenniseconomie. De kleinschaligheid - vanouds een pijler van de kwaliteit van het academisch onderwijs - moet worden hersteld. Daarnaast is meer differentiatie in het hoger onderwijs nodig. Voorbeelden van differentiatie en schaalverkleining in de bachelorfase zijn:
Differentiatie in het universitair onderwijs dient niet overal de zelfde vorm te hebben. Dat zou uiteraard haaks staan op het maatwerk. De overheid heeft de belangrijke taak om een gedifferentieerd universitair bestel financieel mogelijk te maken, want er zijn extra investeringen nodig voor meer docenten en intensiever onderwijs. En om investeren gaat het. Niet alleen ten behoeve van de individuele student, maar ook ten bate van toekomstige maatschappelijke welvaart en welzijn.
De film van 1,5 miljard
Investering in kennis essentieel voor internationale positie Nederland