Vereniging van universiteiten
Lange Houtstraat 2
Postbus 13739
2501 ES Den Haag
T: 070-3021400
E: post@vsnu.nl
Het kabinet wil Nederland in de top 5 van kenniseconomieën brengen. De universiteiten ondersteunen deze ambitie volop en willen daar de komende jaren aan werken. De adviezen van de commissie Veerman om het hoger onderwijs toekomstbestendig te maken staan hoog op de agenda’s van de universiteiten. Universiteiten willen bijdragen aan de topsectoren die door het kabinet benoemd zijn.
Veerman adviseert te investeren in onderzoek. En daar is alle reden voor: de Nederlandse uitgaven aan universiteiten zijn gedaald van 1,1% van het BNP in 1980 naar 0,6% nu.
De ambities van het kabinet zijn moeilijk te rijmen met de door zijn aangekondigde bezuinigingsmaatregelen. De bezuinigingen zorgen voor een verschraling van het hoger onderwijs en onderzoek, met alle gevolgen van dien voor onze concurrentiekracht. Nederland teert nu nog op investeringen in onderzoek uit de vorige eeuw, maar zonder nieuwe investeringen in kennis en innovatie zal Nederland achterlopen. Niet alleen op onze buurlanden, maar ook op landen als China en Korea die zwaar inzetten op R&D.
Er zijn zeven klappen vanuit verschillende hoeken die het hoger onderwijs moet opvangen. Deze klappen voor het hoger onderwijs zijn ook een dreun voor de Nederlandse kenniseconomie.
Hieronder vindt u de jaarlijkse bezuinigingen op het hoger onderwijs – ingezoomd op universitair onderwijs en onderzoek - in vogelvlucht.
NB: Op 13 april maakte het kabinet bekend de invoering van de langstudeerdersboete met één jaar uit te stellen naar 2012. De financiële gevolgen voor het hoger onderwijs zijn aangepast en opgenomen in klap 2.
De 7 klappen zijn ook beschikbaar als pdf bestand
De FES-middelen (aardgasbaten) worden aangewend voor kennisontwikkeling bij hoger onderwijs en bedrijven. Op dit moment gaat het in totaal om ruim € 500 mln per jaar. Het kabinet heeft echter besloten de aanwending van deze middelen voor kennisontwikkeling per direct te beëindigen, waardoor rond 2015 de laatste projecten moeten stoppen.
Voor de universiteiten en andere wetenschappelijke onderzoeksinstellingen vervallen hiermee middelen om jonge wetenschappers (promovendi en postdocs) in dienst te nemen, laboratoria up to date te maken en samen te werken met het bedrijfsleven. De kennisontwikkeling aan universiteiten en dientengevolge ook voor het Nederlandse bedrijfsleven, zal substantieel verminderen en het vestigingsklimaat voor (internationale bedrijven) zal hierdoor ongunstig worden beïnvloed..
Dit bedrag is opgebouwd uit € 163 mln boete voor ‘langstudeerders’ en € 230 mln efficiencykorting. Studenten worden altijd beboet voor een heel jaar, ook wanneer ze tussentijds afstuderen. Instellingen moeten daardoor bij tussentijds afstuderen restitutie verlenen over een deel van het verhoogde collegegeld. Restitutie vragen van een deel van de korting door instellingen bij OCW is niet mogelijk.
Universiteiten hebben al een enorme efficiencyslag gemaakt. Tussen 1980 en 2010 zijn de rijksbijdragen aan universiteiten gehalveerd van 1,1% naar 0,6% als percentage van het bruto nationaal product. In diezelfde periode is het aantal studenten toegenomen met meer dan 50% (van 150.000 naar 240.000). Dus met 50% minder rijksbijdrage onderwijs verzorgen de universiteiten voor 50% meer studenten.
In het Regeerakkoord is een bezuiniging van € 90 mln op onderzoeksmiddelen opgenomen. Hoe die precies vorm krijgt is nog niet duidelijk, maar dat dit ten koste zal gaan van de wetenschappelijke output is onvermijdelijk.
Op basis van afspraken met het vorige kabinet zouden de universiteiten in 2011 structureel € 52 mln extra krijgen, voor alfa/gamma onderzoek, voor kwetsbare opleidingen en om studie-uitval en vertraging tegen te gaan. Het gaat hierbij om de zogenaamde enveloppemiddelen. Deze middelen zouden in 4 jaar oplopen tot € 142,3 mln per jaar. In het vierde jaar zou de laatste verhoging van € 52 mln worden vrijgegeven. In het Regeerakkoord zijn deze middelen ingetrokken, waarmee het nieuwe kabinet de eerdere afspraak met het vorige kabinet verbreekt.
De rijksbijdrage voor de universiteiten wordt jaarlijks verhoogd conform de ontwikkeling van lonen, pensioenpremies en sociale zekerheid in de marktsector. Dit geldt voor alle overheidssectoren. Dit wordt het referentiemodel genoemd en is bedoeld om te voorkomen dat er een te grote arbeidsmarktafstand ontstaat tussen overheid en markt.
De lonen in de marktsector stijgen in 2011 met ca. 2,5%, de ABP premies zijn net met bijna 0.5% verhoogd.
In 2011 krijgen de universiteiten echter geen cent extra voor loonontwikkeling. Dit scheelt de universiteiten ongeveer € 50 mln op jaarbasis.
Daarnaast krijgen universiteiten geen prijscompensatie voor de gestegen prijzen.
De koopkracht van universiteiten gaat hierdoor achteruit waardoor de concurrentiekracht op de (inter-)nationale arbeidsmarkt om talenten te verwerven, verslechtert.
Bezuinigingen op internationaal onderwijs en onderzoek bedreigen de wervingskracht van Nederland op talentvolle buitenlandse studenten en wetenschappers en ondergraven de aansluiting van de Nederlandse wetenschap op internationale kennisnetwerken. Bezuinigingen treffen instituten voor internationaal onderwijs en onderzoek, beurzen voor studenten en wetenschappers, internationale onderzoeksamenwerking, de promotie van het hoger onderwijs in het buitenland en de capaciteitsopbouw van hoger onderwijs in ontwikkelingslanden kunnen oplopen tot € 100 mln.
Alle ministeries moeten volgens het Regeerakkoord minder uitgeven aan subsidies. Voor OCW gaat het hierbij om ruim € 200 mln, waarvan het deel voor het hoger onderwijs € 60 mln zou zijn. Dit gaat ofwel ten koste van de kwaliteit van het onderwijs, ofwel ten koste van de toegankelijkheid doordat universiteiten minder studenten kunnen toelaten.
De toegankelijkheid van het hoger onderwijs komt verder onder druk te staan doordat toelages voor studenten worden gekort. De studiefinanciering voor de masterfase wordt afgeschaft en door de langstudeerdersboete zal een deel van de studenten de studie definitief afbreken en zware (Beta-)opleidingen vermijden. Voor velen vormt dit een drempel om een universitaire studie te starten of om door te stromen vanuit het HBO.
Het kabinet is van plan om een klein deel van deze bezuinigingen op termijn in te zetten voor het hoger onderwijs. Waarschijnlijk komt een deel van de € 90 mln bezuiniging op onderzoek weer terug bij universiteiten. Daarnaast komt mogelijk een bedrag van € 50 mln in 2012, oplopend tot € 300 mln na 2015, terug voor ‘intensivering onderwijs’ voor hoger onderwijs. De bezuinigingen zijn echter veel omvangrijker, waardoor van ‘intensivering’ geen sprake zal zijn. Bezuinigen om groei van studentenaantallen te financieren is geen oplossing. De voorgenomen langstudeerdersmaatregel creëert veel administratieve lasten, waardoor minder geld overblijft voor onderwijs en onderzoek.
Noot: Sommige bovengenoemde bedragen hebben niet alleen betrekking op universiteiten, maar ook op hoger onderwijs en aangrenzende terreinen. Daardoor zijn de bedragen niet op te tellen.
... bedrijven?
Toonevende internationale bedrijven vestigen zich daar waar hoogwaardige kennis is. Dit zorgt voor werkgelegenheid voor hoger én lager opgeleiden en bedrijvigheid in de omgeving. Door de bezuinigingen wordt Nederland minder aantrekkelijk als kennisland en daardoor als vestigingsland.
... samenleving?
Een sterke kenniseconomie biedt welvaart en welzijn voor iedereen. Met de krimpende beroepsbevolking heeft Nederland alle talenten nodig om de vergrijzende samenleving te kunnen onderhouden.
... studenten?
Een gezonde onderwijs- en onderzoeksector geeft jongeren uit alle lagen van de samenleving de kans om zich te ontwikkelen. Ook uit achterstandsgroepen, ook de laatbloeiers die doorstromen vanuit het HBO.
De film van 1,5 miljard
Investering in kennis essentieel voor internationale positie Nederland