Print
 
 

Wetenschappelijke integriteit

 

Het Nederlandse onderzoek staat bekend als kwalitatief hoogstaand. De universiteiten hechten veel waarde aan integriteit en de ethische aspecten van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Het bewaken en versterken van de wetenschappelijke integriteit is namelijk essentieel voor de toekomst van onze universiteiten als onderwijs- en onderzoeksinstellingen. De Nederlandse universiteiten nemen schendingen van de wetenschappelijke integriteit dan ook zeer serieus. Zij doen al het mogelijke om fraude te voorkomen en te traceren. Mede in reactie op de recente geruchtmakende zaken hebben zij hun integriteitsbeleid aangescherpt. Iedereen moet er namelijk op kunnen vertrouwen dat wetenschappelijk onderzoek integer is.

 
De opleidingen voor studenten en onderzoekers besteden systematisch aandacht aan de correcte manier van onderzoek doen. Zo krijgen promovendi tijdens hun opleiding een training in ‘good research practices’. Op belangrijke momenten, zoals bij de uitreiking van de doctorsbul en een aanstelling als onderzoeker, is er aandacht voor integriteit door bijvoorbeeld een publieke eedaflegging of het uitgeven van een ethische code.


Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening

Alle universiteiten hanteren de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening met principes van goed wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De uitgangspunten zijn:
•    eerlijkheid en zorgvuldigheid
•    betrouwbaarheid
•    controleerbaarheid
•    onpartijdigheid
•    onafhankelijkheid
•    verantwoordelijkheid


Onderzoekers, docenten en studenten dienen deze code te respecteren en elkaar aan te spreken op dubieus gedrag. Bestaat er een vermoeden van een integriteitsschending, dan kan een klacht worden ingediend bij de commissie wetenschappelijke integriteit van de desbetreffende universiteit. Ook hebben de universiteiten minstens één vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit. 



Procedure integriteitsschendingen

Als een klacht wijst op een schending van de wetenschappelijke integriteit, dan volgt een onderzoek door een integriteitscommissie. Als de klacht gegrond is, beslist het college van bestuur wat de consequenties zijn. Dat kan variëren van berisping tot ontslag. Daarnaast wordt de mogelijke schade aan het onderzoeksveld in kaart gebracht. Samenwerkingspartners worden ingelicht, met eventueel ingetrokken co-publicaties tot gevolg.  


Op de VSNU-website staat een overzicht van de onderzoeken naar integriteitsschendingen. De stukken zijn geanonimiseerd, maar de naam van de universiteit publiceert de VSNU wel. Daarbij wordt de klacht omschreven, het advies van de commissie aan het college van bestuur en het oordeel van het college van bestuur. Als de zaak aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) is voorgelegd, volgt ook de kern van het LOWI-advies. Het is aan de betrokken universiteit hoe zij verder over de schending communiceert. De integriteitscommissie rapporteert in haar jaarverslag in ieder geval over de ingediende klachten.

Bekijk het Landelijk model klachtenregeling
Bekijk het schema integriteitsbeleid Nederlandse universiteiten

 


Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI)


Als klager of beklaagde het niet eens is met de uitspraak van de integriteitscommissie en het college van bestuur, kan hij of zij de zaak voorleggen aan het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). Het LOWI brengt dan een onafhankelijk advies aan het betrokken college van bestuur uit.


 

Nevenfuncties van hoogleraren

Nevenwerkzaamheden kunnen waardevol zijn voor de professionele ontwikkeling van onderzoekers. Om vermoedens van tegenstrijdige belangen tegen te gaan, vermelden universiteiten in hun jaarverslagen, hoe zij de nevenfuncties rapporteren. Dit staat ook in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening. Iedere hoogleraar en ieder collegelid publiceert een actueel overzicht van nevenfuncties op de universiteitswebsite.