Print
 
 

Studietempo Bachelor

 

Het landelijke studietempo wordt bepaald op basis van het aantal studenten dat zich na één jaar weer opnieuw inschrijft voor een wo-opleiding en vervolgens een wo-bachelor-diploma haalt. Reden om te kijken naar de studenten die zich na één jaar opnieuw inschrijven, is dat het eerste studiejaar gebruikt wordt om te bepalen of er een goede aansluiting is tussen de student en de opleiding. Studenten kunnen bijvoorbeeld overstappen naar een aanverwante wo-opleiding of hbo-opleiding zonder alle studiepunten of studiefinanciering kwijt te raken.

 

Om de vergelijking tussen universiteiten mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde standaardselectie: vwo-ers die met maximaal één tussenjaar de overstap maken van het voortgezet naar het wetenschappelijk onderwijs.



Verschil landelijk studietempo vs studietempo per instelling
 

De VSNU kijkt naar het studietempo van de wo-sector als geheel: hoeveel studenten beginnen aan een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs, schrijven na 1 jaar opnieuw in voor een wo-bacheloropleiding en ronden een wo-bacheloropleiding af? 

Universiteiten hebben in de Prestatieafspraken een afspraak gemaakt over het studietempo per instelling: hoeveel studenten die instromen bij de universiteit schrijven zich na het eerste jaar opnieuw in bij dezelfde universiteit en studeren vervolgens af binnen deze universiteit? Universiteiten tonen dan ook andere cijfers dan dat de sectorale cijfers laten zien, maar deze zijn niet meer of minder juist.



De meest recent beschikbare gegevens hebben betrekking op het cohort dat gestart is in studiejaar 2016/'17. In het 1cijferHO bestand 2020 zijn daarvan data beschikbaar. 

Daaruit blijkt dat van de groep die gestart is in studiejaar 2016/'17 33,3% binnen drie jaar een wo-bachelordiploma heeft behaald. Binnen 4 jaar is het totale percentage bachelorgediplomeerden 68,2%. 


 

 

 



 

Achtergrond: Oorzaken stijging studietempo tot studiejaar 2012/'13
 

De stijging van het studietempo tot 2012 heeft wellicht meer dan één oorzaak. In de afspraken die de universiteiten in 2007 met het ministerie van OCW hebben gemaakt, staat dat universiteiten meer gaan doen aan het studietempo van studenten. Dit doen ze door opleidingen beter studeerbaar te maken en door duidelijkere eisen te stellen aan studenten. Dit beleid heeft zichtbaar effect gehad. De afgelopen jaren lijkt de ontwikkeling te zijn gestabiliseerd.

Bij met name technische universiteiten was voorheen een onduidelijke overgang tussen de bachelor- en de masterfase. Dat had tot gevolg dat studenten hun bacheloropleiding niet afronden, maar wel alvast mochten beginnen aan de masteropleiding. Vanaf studiejaar 2012/’13  is er bij alle universiteiten een zogenaamde “harde knip” tussen bachelor en master: studenten mogen pas aan een masteropleiding beginnen als ze een bacheloropleiding hebben afgerond.





________________________________________
[1] Selectie vwo-ers: hoogste vooropleiding = vwo, 1e jaar deelname hoger onderwijs, voltijdse inschrijving, directe instroom van vwo naar wo (maximaal 1 tussenjaar).

[2] “stopten met studeren in het Nederlands bekostigd hoger onderwijs” kan betekenen dat studenten zijn gaan studeren aan een niet-bekostigde instelling of een instelling buiten het hoger onderwijs, naar het buitenland zijn vertrokken of daadwerkelijk (tijdelijk) zijn gestopt. Hoe deze groep er precies uitziet valt met de data zoals beschikbaar voor de VSNU niet te achterhalen.

 

 

Laatst bijgewerkt op 13-4-2021