Print
 
 

Studietempo Bachelor

 

Het landelijke studietempo wordt bepaald op basis van het aantal studenten dat zich na één jaar weer opnieuw inschrijft voor een wo-opleiding en vervolgens een wo-bachelor-diploma haalt. Reden om te kijken naar de studenten die zich na één jaar opnieuw inschrijven, is dat het eerste studiejaar gebruikt wordt om te bepalen of er een goede aansluiting is tussen de student en de opleiding. Studenten kunnen bijvoorbeeld overstappen naar een aanverwante wo-opleiding of hbo-opleiding zonder alle studiepunten of studiefinanciering kwijt te raken.

In 2014 begonnen ongeveer 28.300 vwo-ers[1] aan een universitaire bacheloropleiding. Na het eerste jaar schreef 93% zich weer opnieuw in bij een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs. Studenten die stopten kozen voor een studie aan een hogeschool (5%) of stopten met studeren in het Nederlands bekostigd onderwijs (2%)[2].
 

 

 

 

 

Oorzaken stijging studietempo
 

De stijging van het studietempo tot 2012 heeft wellicht meer dan één oorzaak. In de afspraken die de universiteiten in 2007 met het ministerie van OCW hebben gemaakt, staat dat universiteiten meer gaan doen aan het studietempo van studenten. Dit doen ze door opleidingen beter studeerbaar te maken en door duidelijkere eisen te stellen aan studenten. Dit beleid heeft inmiddels effect.

Bij met name technische universiteiten was voorheen een onduidelijke overgang tussen de bachelor- en de masterfase. Dat had tot gevolg dat studenten hun bacheloropleiding niet afronden, maar wel alvast mochten beginnen aan de masteropleiding. Vanaf studiejaar 2012/’13  is er bij alle universiteiten een zogenaamde “harde knip” tussen bachelor en master: studenten mogen pas aan een masteropleiding beginnen als ze een bacheloropleiding hebben afgerond.


Sectoraal studietempo vs studietempo per instelling
 

De VSNU kijkt naar het studietempo van de sector als geheel: hoeveel studenten beginnen aan een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, schrijven na 1 jaar opnieuw in voor een wo-opleiding en ronden een opleiding af? Universiteiten hebben in de Prestatieafspraken een afspraak gemaakt over het studietempo per instelling: hoeveel studenten die instromen bij de universiteit schrijven zich na het eerste jaar opnieuw in bij dezelfde universiteit en studeren vervolgens af? Universiteiten tonen dan ook andere cijfers dan dat de sectorale cijfers laten zien, maar deze zijn niet meer of minder juist.





________________________________________
[1] Selectie vwo-ers: hoogste vooropleiding = vwo, 1e jaar deelname hoger onderwijs, voltijdse inschrijving, directe instroom van vwo naar wo (maximaal 1 tussenjaar).

[2] “stopten met studeren in het Nederlands bekostigd hoger onderwijs” kan betekenen dat studenten zijn gaan studeren aan een niet-bekostigde instelling, naar het buitenland zijn vertrokken of daadwerkelijk (tijdelijk) zijn gestopt. Hoe deze verhouding ligt, valt met de gegevens beschikbaar voor de VSNU, niet te achterhalen.