Print
 
 

De campus van morgen: Investeringen in huisvesting cruciaal om toenemende studentenaantallen een plek te bieden

 

Moderne huisvesting en faciliteiten zijn cruciaal voor het realiseren van baanbrekend onderzoek en goed onderwijs. Wetenschappers zijn voor het doen van nieuwe ontdekkingen afhankelijk van de nieuwste apparatuur en studenten vragen om moderne werkplekken. Waar tien jaar geleden nog werd gedacht dat de campus steeds virtueler zou worden, is nu duidelijk dat studenten en medewerkers een blijvende behoefte hebben aan fysieke ontmoeting en samenwerking op de campus.

 

Dit is één van de belangrijke conclusies uit het rapport Campus NL uit december 2016. In opdracht van de VSNU heeft een onderzoeksteam van de TU Delft, onder leiding van dr. Alexandra den Heijer, onderzoek gedaan naar verleden, heden en toekomst van de universiteitscampus. Uit het onderzoek blijkt dat de universiteiten, sinds zij in 1995 de universiteitsgebouwen in eigendom hebben gekregen, hun middelen slim en efficiënt inzetten. 

 

Het goed managen van de campus wordt echter een steeds complexere opgave. Het is steeds lastiger in te schatten hoeveel en welk type ruimte er over tien, twintig of dertig jaar nodig zal zijn. De coronacrisis draagt aan de onzekerheid bij. Digitaal onderwijs is in een stroomversnelling geraakt, maar de campus zal ook fysieke ontmoetingsplekken moeten kunnen bieden aan de verwachte groei in studentenaantallen.

 

Volgens de huidige voorspellingen zullen er zo’n 400.000 studenten ingeschreven staan op Nederlandse universiteiten in 2027. Daarnaast veranderen de functionele eisen aan onderwijsruimtes en labs steeds sneller door wijzigende onderwijsmethoden en onderzoeksthema’s. De verduurzamingsopgave, strengere regelgeving, hogere eisen van gebruikers en het toenemend gebruik van ICT-voorzieningen zijn ook voorbeelden van trends die de functionele eisen aan universiteitsgebouwen sterk beïnvloeden.

 

Waar het Campus NL rapport nog positief was over het efficiënte ruimtegebruik van de universiteiten, is huisvesting en onderhoud van de gebouwen de afgelopen jaren een groeiend probleem. Dit onderschrijft ook het rapport van Strategy&, de consultancy tak van PwC, dat in februari 2021 werd uitgebracht. Op het gebied van huisvestiging stellen de onderzoekers het volgende:

 

“De extra inkomsten voor onderwijs en onderzoek hebben weinig ruimte geboden om indirect ondersteunend personeel aan te nemen en/of te investeren in faciliteiten en huisvestiging. (…) Terwijl de sector in 2018 21% meer studenten en 16% meer medewerkers telt dan in 2010, zijn de investeringen in huisvesting, apparatuur en inventaris in diezelfde periode juist met 17% gedaald.” (p. 75)

 

Het maken van slimme keuzes is cruciaal aangezien met het bouwen, renoveren en onderhouden van huisvesting en faciliteiten grote bedragen zijn gemoeid. Investeren vanuit eigen vermogen (door eerst te sparen) is goedkoper dan investeren vanuit vreemd vermogen (door te lenen en vervolgens jarenlang rente te betalen). Universiteiten kiezen er daarom voor om hun vastgoedinvesteringen zoveel mogelijk te financieren met eigen middelen (zie ook onze tweede kernboodschap). Het verschilt per universiteit hoe oud de gebouwen zijn en in hoeverre er binnenkort veel vervangen moet worden. Dit verklaart mede variatie in het eigen vermogen en de liquide middelen van universiteiten in de afgelopen jaren. Meer over de financiële positie van universiteiten vindt u hier.