Print
 
 

Promovendi


Een promovendus (meervoud: promovendi) is iemand die na het afronden van een wetenschappelijke Masteropleiding voor een periode van 3 tot 4 jaar zelfstandig onderzoek doet bij een universiteit, ten behoeve van het behalen van een doctors-graad (afgekort als: dr. of Phd). een promotietraject is tevens ook een opleidingstraject. 

Na het Bologna-proces, waarbij het hoger onderwijs op Europees niveau werd vastgesteld, kreeg de promotiefase nadrukkelijk de status van ‘derde fase’. De bacheloropleiding wordt daarbij gezien als 'eerste fase' een een masteropleiding als 'tweede fase'.


Dissertaties


Tijdens de onderzoekperiode publiceert de promovendus artikelen op basis van zijn of haar onderzoek. Ter afronding van het promotie-onderzoek verschijnt een proefschrift ook wel: dissertatie op naam van de promovendus. Veelal bestaat dit uit een bundeling van artikelen, voorzien van een inleiding, een algemene discussie en een samenvatting. Ten opzicht van het jaar 2000 is het aantal dissertaties in 2019 bijna verdubbeld. Een groot deel van de promoties komt op conto van personen die niet in dienst zijn bij universiteiten, zoals buitenpromovendi.



 


Inhoud van een promotietraject


Naast de promovendus als werknemer en de buitenpromovendus, zijn in de loop van de tijd meer vormen van promotietrajecten ontstaan zoals zogenaamde beurspromovendi en joint PhD’s. Een nadere toelichting over de typering vindt u hier.

 

De derde fase wordt door universiteiten niet alleen als de start van een academische carrière beschouwd; binnen de promotieopleiding wordt ook aandacht besteed aan vaardigheden die ook buiten de wetenschap bruikbaar zijn. CBS heeft onderzoek gedaan naar gepromoveerden op de Nederladnse arbeidsmarkt.


Uit een internationale studie van de OECD blijkt dat gepromoveerden in Nederland veelal buiten de universiteit werken en dat hun arbeidsmarktperspectieven goed zijn (zie OECD_career of doctorate holders-arbeidsmarkt-2013). 


In de graduate schools is het opleidingselement voor promovendi versterkt door een experimenteerbepaling. Door verankering van de promotiestudent in de wetgeving is de derde fase ook in de Nederlandse regelgeving vastgelegd en is het promotiestelsel internationaal herkenbaarder.



Internationale vergelijking

 

Nederland heeft in vergelijking met andere landen niet veel gepromoveerden als aandeel van de beroepsbevolking (zie statistieken OECD).

 

Onder de Nederlandse beroepsbevolking zijn er per 1.000 mensen slechts 6,6 gepromoveerd. Dit is lager dan het EU-15-gemiddelde (7,5 gepromoveerden per 1.000) en de Scandinavische referentiegroep (12,0). Deze achterstand wordt alleen maar groter. De meeste Europese landen hebben een gemengd stelsel met zowel de promovendus met een studentenstatus als de werknemer-promovendus. Het is belangrijk om het Nederlandse promotiestelsel aansluit te laten sluiten bij de internationale ontwikkelingen. 


Ook willen Nederlandse universiteiten meer manieren van promoveren mogelijk maken. Door het toevoegen van bijvoorbeeld de student-promovendus (bursaal) kan de universiteit meer promovendi opleiden, die uiteindelijk op de arbeidsmarkt terecht komen, waardoor de Nederlandse kennissamenleving wordt verstevigd.



Instroom en rendement werknemerpromovendi 


Nadat er jarenlang sprake is geweest van een toename van het aantal nieuwe promovendi in dienst bij de universiteiten (werknemer-promovendi), nam de instroom in 2012 voor het eerst af. Inmiddels is de instroom vrij stabiel. Het aantal dissertaties per jaar is wel blijven toenemen, vanwege het feit dat er naast werknemerpromovendi inmiddels ook andere manieren zijn om te promoveren. 

 




Rendement in jaren

Ongeveer 75% van de promovendi rond in dienstverband de promotie succesvol af. NB: Dit cijfer wordt vertekend door allerlei veranderingen in de aanstelling van promovend. Als het promovendus-contract is afgelopen, maar de dissertatie is nog niet klaar, dan rond iemand veelal in eigen tijd of gedurende een andere aanstelling het proefschrift af.


 

 

Rendement in maanden

Omdat rendementscijfers worden ook gemeten in het aantal maanden dat nodig is om een promotie af te ronden gemeten. Geteld wordt de periode tussen de start van de aanstelling en de uitdienst treding als promovendus. Gemiddeld zijn promovendi 60 maanden (ongeveer vijf jaar) bezig met hun promotietraject.


Om de rendementen te verbeteren, zetten de universiteiten in op betere begeleiding en opleiding van promovendi. Naar verwachting zullen de graduate schools hierin een extra impuls geven.




 


 

Laatst bijgewerkt op 26-04-2021