Print
 
 

Nationale alumni enquête: hoe doen recent afgestudeerde academici het op arbeidsmarkt?

Universiteiten zetten zich in voor een goede aansluiting op de arbeidsmarkt. Verreweg de meeste wetenschappelijke opleidingen leiden niet op voor één beroep of zelfs één sector. Het voornaamste doel van deze opleidingen is om studenten academische vaardigheden bij te brengen, die zij in allerhande beroepen en sectoren kunnen inzetten.

 

De Nationale alumni Enquête (voorheen: WO Monitor) is een landelijke enquête onder alle recent afgestudeerde master- en doctoraalstudenten aan de Nederlandse universiteiten. Het onderzoek vindt sinds 2009 tweejaarlijks plaats. De resultaten van de NAE geven antwoord op de vraag: hoe doen recent afgestudeerde academici het op de arbeidsmarkt?

 

De VSNU publiceert op hoofdlijnen over landelijke resultaten. De universiteiten verwerken zelf de gegevens voor de eigen universiteit en opleidingen.


 

Thema's:

Respondenten Nationale Alumni Enquête

Aantal maanden tot eerste baan

Werkzame en werkloze beroepsbevolking

Aansluiting arbeidsmarkt: opleidingsrichting en opleidingsniveau

Soort aanstelling werkzame beroepsbevolking

Startsalaris afgestudeerde

Tevredenheid alumni over opleiding en aansluiting arbeidsmarkt

Basis voor start arbeidsmarkt en het verder ontwikkelen van kennis

Alumni kiezen voor dezelfde studie

 

 

Respondenten Nationale Alumni Enquête

 

Voor het onderzoek worden afgestudeerden ongeveer anderhalf jaar na afstuderen uitgenodigd deel te nemen*. Voor de NAE2019 zijn studenten die in de periode 2017-2018 zijn afgestudeerd benaderd. Dit waren 42.939 master-afgestudeerden. Het aandeel van de genodigden dat de NAE heeft ingevuld, is de afgelopen jaren gedaald van 27,7% naar 17,7% in 2019. 

 

In 2019 is elke respondent afgestudeerd bij een (voltijdse) masteropleiding. Voorafgaand aan deze master hebben de meeste afgestudeerden een bachelor gevolgd aan een universiteit. Een kleiner deel is doorgestroomd vanuit het hbo of bestaat uit internationale instroom. NB: In eerdere jaren bestond een klein deel van de respondenten uit afgestudeerden van een doctoraalopleiding - de voorloper van de bachelor-master-systeem.

 

NB: In 2017 zijn er voor het eerst respondenten binnen de sector 'Sectoroverstijgend'. Het aantal respondenten voor deze sector is echter zeer beperkt; in 2017 en 2019 waren hier respectievelijk 19 en 21 respondenten. Dit komt omdat deze sector in de masterfase nog uit een zeer beperkt aantal opleidingen bestaat.


* Enkele universiteiten vragen ook het tussen liggende cohort om deel te nemen aan de enquête. Deze informatie is niet landelijk beschikbaar en wordt (dus) niet ontsloten.


 

 

 

Aantal maanden tot eerste baan


Gezien de vraagstelling die gebruikt is in het onderzoek (“Hoeveel maanden zaten er tussen uw afstudeer-datum en uw eerste betaalde baan?”) zegt dit gegeven zowel iets over de “zoektocht” naar een baan als over de bereidheid om meteen na afstuderen te beginnen met werken.
 

In 2019 vinden afgestudeerden gemiddeld na 2,5 maanden een betaalde baan. Dit is gemiddeld een fractie sneller dan in 2017, toen dit nog 2,7 maanden bedroeg. In 2019 heeft net als in 2017 41,2% van de afgestudeerden direct na het afstuderen een baan. 88,8% van de afgestudeerden heeft binnen 6 maanden betaald werk gevonden.

 

 

Onderdeel van de beroepsbevolking:
Niet alle afgestudeerden zijn na afstuderen beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Afgestudeerden ouder dan 65 jaar of afgestudeerden die hun huidige situatie als student typeren en daarnaast nog een aantal uur betaald werk verrichten, worden niet meegeteld. Dit geldt ook voor respondenten die betaald werken maar niet hebben aangegeven hoeveel uur per week ze betaald werk verrichten. In het onderzoek van 2019 kan 5,6% van de respondenten niet tot de beroepsbevolking worden gerekend.

 

Beroepsbevolking valt uiteen in twee categorieën: werkende beroepsbevolking en niet-werkende beroepsbevolking. 
-    Tot de werkende beroepsbevolking worden de respondenten gerekend die tenminste 12 uur per week betaald werk verrichten. 
-    Tot de werkeloze beroepsbevolking behoren afgestudeerden die niet of minder dan 12 uur per week betaald werken, maar wel beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt.

 

Werkzame en werkloze beroepsbevolking


In 2019 is 94,9% van de respondenten werkzaam en 5,1% is werkloos. Het aantal respondenten met een baan is met 97,5% het hoogst in de sector 'Economie'. In de sector 'Taal & Cultuur' is de werkzame beroepsbevolking het laagste. In deze sector hebben anderhalf jaar na afstuderen 9 van de 10 respondenten een baan van minstens 12 uur per week.
 

 

 

Aansluiting arbeidsmarkt: opleidingsrichting en opleidingsniveau


Aan de werkende respondenten is gevraagd in hoeverre de huidige functie recht doet aan het niveau van de gevolgde opleiding (wo-master) en aan de opleidingsrichting (geoperationaliseerd als “sector”). 

 

Bij de aansluiting tussen opleiding en arbeidsmarkt wordt gekeken in hoeverre er een ‘match’ is tussen die twee. Als de afgestudeerde niet terecht komt in de sector waarvoor de gevolgde opleiding opleidt, wordt gesproken van een ‘horizontale mismatch’. In de context van academisch onderwijs is dit echter een beperkt bruikbare term: verreweg de meeste universitaire opleidingen leiden niet op voor één beroep of zelfs één sector. Het voornaamste doel van deze opleidingen is om studenten academische vaardigheden bij te brengen, die zij in allerhande beroepen en sectoren kunnen inzetten.
 

Afgestudeerden die aangeven momenteel ander werk te zoeken, rapporteren vaker een 'dubbele mismatch' t.o.v. de respondenten in hetzelfde jaar die aangeven geen werk te zoeken. Zij werken in een andere sector en op een lager niveau.
 

 

 

Soort aanstelling werkzame beroepsbevolking

 

In 2019 heeft de grootste groep (53,4%) van de respondenten binnen de werkzame beroepsbevolking heeft anderhalf jaar na afstuderen een tijdelijke aanstelling. Ongeveer twee op de drie respondenten met een tijdelijke aanstelling geeft aan dat er uitzicht is op een vast contract. Van de afgestudeerden met een baan heeft 46,7% anderhalf jaar na afstuderen een vaste aanstelling. De kans op een vast contract is het grootst in de sectoren Economie, Techniek en Onderwijs. Dit is onveranderd ten opzichte van eerdere jaren.

 

 

 

Startsalaris afgestudeerde

 

Anderhalf jaar na afstuderen bedraagt het gemiddelde startsalaris 18,02 euro/ bruto per uur. Het bruto uurloon betreft het bruto maandinkomen in de reguliere baan gedeeld door het aantal arbeidsuren per week in de reguliere baan, vermenigvuldigd met de factor 12/52. Inkomsten en arbeidsuren uit eventuele nevenfuncties worden hierin niet meegenomen. De sector 'Onderwijs' heeft met €19,97 per uur het hoogste startsalaris. De sector 'Landbouw' heeft het laagste startsalaris. Het startsalaris voor de sector 'Sectoroverstijgend' is niet representatief vanwege het beperkte aantal respondenten c.q. opleidingen en wordt derhalve in onderstaande grafiek niet afzonderlijk getoond (zie ook opmerking in paragraaf 'Respondenten').

 

Bij bruto maandinkomen wordt uitgegaan van een rekenkundig gemiddelde. Het maandloon is op twee manieren weergegeven:

-    Maandloon op basis van het daadwerkelijke aantal gewerkte uren, op basis van het gewerkte aantal uren zoals door de respondent wordt aangegeven. In onderstaande tabel wordt ook het gemiddeld aantal uren werkzaam getoond;
-    Maandloon als fulltime aanstelling, op basis van calculatie gebaseerd op de variabele uurloon, vermenigvuldigt met 40 uur. Dit om een vergelijking met bijvoorbeeld advertentieteksten mogelijk te maken.
 

 

 

Tevredenheid alumni over opleiding en aansluiting arbeidsmarkt

 

Respondenten van de NAE zijn positief over de opleiding. 85,9% van de respondenten is in het algemeen (zeer) tevreden over de opleiding. Ook de inhoud, en de verworven algemene en wetenschappelijke vaardigheden scoren een ruime voldoende. 

 

Afgestudeerden zijn kritischer over de vaardigheden en de voorbereiding op de beroepspraktijk die zij tijdens de studie opdoen. Ook in de voorlichting op de beroepsmogelijkheden geven alumni aan dat verbetering mogelijk is. Ongeveer één op de drie respondenten is over deze onderwerpen (zeer) ontevreden. Uitzondering hierop is de sector 'Gezondheid' waarbij studies zoals Geneeskunde en Tandheelkunde vaak een duidelijker arbeidsmarktprofiel hebben. De meeste wetenschappelijke opleidingen leiden niet op tot één specifiek beroep waardoor het verwerken van vaardigheden en voorlichting op de beroepsmogelijkheden vaak een uitdaging is.Dit is bij de afname in 2019 niet veranderd ten opzichte van eerdere jaren.

 

Afgestudeerde zijn positief over de kennis met betrekking tot de beroepspraktijk van docenten. Gemiddeld is 65,2% van de respondenten hierover (zeer) tevreden. In 2017 was dit 63,5%. Tussen de verschillende sectoren zijn er verschillen: sectoren als Onderwijs (met daarin: lerarenopleidingen) en Gezondheid (met als voornaamste opleiding: geneeskunde) scoren op dit onderwerp hoger dan gemiddeld

 

 

 

Basis voor start arbeidsmarkt en het verder ontwikkelen van kennis

 

In de monitor is aan alle respondenten gevraagd in welke mate de wo-opleiding een goede basis biedt voor het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden. De respondenten zijn hierover positief: 74,1% van de werkzame alumni geeft aan dat de opleiding in (zeer) sterke mate hiervoor een goede basis biedt (2019).

 

Ook is gevraagd in hoeverre de wo-opleiding een goede basis heeft geboden om te starten op de arbeidsmarkt. 52,4% van de werkzame alumni geeft aan dat de opleiding in (zeer) sterke mate deze basis heeft geboden (2017).

 

Respondenten die op het moment van bevragen een baan hebben, antwoorden hierop duidelijk positiever dan respondenten behorende tot de werkloze beroepsbevolking. Deze laatste groep is duidelijk minder enthousiast over de mate waarin de gevolgde opleidingen een goede basis biedt voor de arbeidsmarkt en het verder ontwikkelen van kennis en vaardigheden (zie waarden in onderstaande figuur).

 

 

 

Alumni kiezen voor dezelfde studie


Aan het eind van de vragenlijst WO Monitor wordt aan alle respondenten  de vraag gesteld: “Zou u de gevolgde opleiding achteraf gezien opnieuw kiezen?” 75,9% van de afgestudeerden geeft aan dezelfde opleiding, bij dezelfde universiteit opnieuw te kiezen (2019). Als redenen hiervoor worden onder andere genoemd: de prettige sfeer van de universiteit, de betrokkenheid en kwaliteit van medewerkers/docenten en de inhoud van de gevolgde masteropleiding, zowel de diepgang en specialisatie hierbinnen, als ook de mate van keuzevrijheid.Deze redenen zijn ten opzicht van de afname in 2017 onveranderd.