Print
 
 

Nieuwsberichten

Universiteiten presenteren academische lerarenagenda

PERSBERICHT

MEER ACADEMICI VOOR DE KLAS, BETER ONDERWIJSONDERZOEK EN MEER BEGELEIDING VAN ZITTENDE LERAREN

 

Vandaag presenteren de universiteiten hun gezamenlijke lerarenagenda voor de toekomst. Universiteiten zetten in op meer en beter gekwalificeerde academische leraren in het voortgezet onderwijs, verhoging van de kwaliteit van de lerarenopleidingen- en opleiders en op het bevorderen van onderzoek naar wat wel en niet werkt in de klas. VSNU-voorzitter Karl Dittrich: ‘Wanneer er goede, bevoegde en gedreven leraren voor de klas staan plukt iedereen daar later de vruchten van, de universiteiten zelf ook’.

Universiteiten hebben van oudsher een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor het opleiden van leraren. Deze beroepsgroep staat al jaren onder druk en het aantal belangstellende studenten loopt terug. Er zijn grote tekorten ontstaan. Deze tekorten hebben geleid tot te veel inzet van onbevoegde en onderbevoegde docenten. De instellingen maken zich hier grote zorgen over en voelen zich hier medeverantwoordelijk voor. Deze verantwoordelijkheid voor de leraren komt vooral tot uiting in de universitaire lerarenopleidingen. De universiteiten zijn van mening dat het aantal academici voor de klas sterk moet toenemen.

De universiteiten hebben gezamenlijk een actieplan opgesteld dat bestaat uit drie onderdelen:

A. Opleiden van meer en beter gekwalificeerde academische leraren
1. Intensiveren van de voorlichting en werving voor de lerarenopleidingen op universiteiten.
2. Introduceren van geschiktheidsonderzoeken voor zittende studenten, promovendi en werkenden om op die manier breed te kijken naar wie er geschikt is om leraar te worden. Mensen die geïnteresseerd zijn en de juiste capaciteiten hebben kunnen vervolgens een programma op maat volgen om leraar te worden.
3. Vergroten van maatwerk en flexibiliteit van de lerarenopleidingen door het creëren van meerdere startmomenten, stoomcursussen en het bieden van differentiatie in studietempo.
4. Opstellen van een analyse met betrekking tot de academische lerarenopleiding primair onderwijs met als belangrijke vraag of er behoefte is aan een andere opleidingsvorm voor de leraar basisonderwijs.
5. Stimuleren van de zijinstroom door het voortzetten en opschalen van overheidsprogramma's als Eerst de Klas (EdK) en Onderwijstrainees (OTS).
6. Aanbieden van begeleiding vanuit de universitaire lerarenopleidingen aan beginnende leraren.

B. Verhogen van de kwaliteit van lerarenopleidingen en lerarenopleiders
7. Aangrijpen van het proces van visitatie en accreditatie in 2013-2014 om verbeteringen bij de lerarenopleidingen door te voeren om zo de kwaliteit verder te verhogen.
8. Verhogen van het aantal gepromoveerde lerarenopleiders en een toename van hun registratie bij de Vereniging Lerarenopleiders Nederland (VELON).
9. Luisteren naar en beter samenwerken met het primair-, voortgezet-, en beroepsonderwijs om zo het curriculum van de lerarenopleidingen te verbeteren.

C. Bevorderen van professionele ontwikkeling en onderwijsonderzoek
10. Bevorderen van praktisch toepasbaar onderwijsonderzoek door de ontwikkeling van regionale netwerken van scholen van primair-, voortgezet onderwijs, ROC’s, hogescholen en universiteiten. In deze netwerken zouden vooral leraren zelf, in samenwerking met onderzoekers, een concrete bijdrage moeten leveren aan verbetering van het onderwijs.
11. Professionaliseren van de zittende leraar en schoolleider door het scholingsaanbod uit te breiden en daarin maatwerk te bieden.

De universiteiten werken de agenda de komende tijd verder uit. VSNU-voorzitter Karl Dittrich: ‘De presentatie van deze agenda is een belangrijke stap, waarmee we in gezamenlijkheid en niet langer individueel de kwaliteit van de leraar gaan verstevigen’.
 

 

Bijlage: Lerarenagenda

 

 

--- Einde bericht ---


Noot voor redactie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Bastiaan Verweij, 06 43 26 97 55 | woordvoerder