Print
 
 

Nieuwsberichten

Fors toegenomen matchingsbehoefte universiteiten

Universiteiten hebben te maken met een toenemende matchingbehoefte als gevolg van een stijging van de projectfinanciering uit de tweede en derde geldstroom. De projectfinanciering ten opzichte van de overheidsbekostiging is in de periode 2003 tot en met 2012 met 83% gestegen. Bovendien blijkt dat voor iedere euro projectfinanciering die een universiteit ontvangt, de instelling  er gemiddeld €0,74 op moet toeleggen. Dat blijkt uit een feitenonderzoek naar de matchingbehoefte van universiteiten dat is uitgevoerd door EY in opdracht van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), het ministerie van OCW en het ministerie van EZ.

Diverse ontwikkelingen gaven aanleiding om opnieuw op systematische wijze de omvang van matching te onderzoeken. Naast wijzigingen in geldstromen, subsidieregelingen en financiers werd de discussie over de omvang van matching actueel door de lancering van het nieuwe Europese onderzoek- en innovatieprogramma Horizon 2020, waarin een totaalbudget beschikbaar is gesteld van 70,2 miljard euro. Daarmee is op EU-niveau circa 40% meer budget beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek en innovatie. Projectfinanciers, zoals NWO, de EU en collectebusfondsen, vergoeden slechts een deel van de totale kosten van een onderzoeksproject. Het andere deel moeten universiteiten zelf bijdragen, oftewel matchen. De toegenomen nationale projectfinanciering en de voorziene groei in het Europese onderzoeksbudget leiden tot een toegenomen matchingsbehoefte.

Om inzicht te krijgen in deze matchingbehoefte zijn door E&Y bij een zestal universiteiten 131 onderzoeksprojecten nader onderzocht. Hieruit blijkt dat bij de kosten van onderzoeksprojecten gemiddeld 43% van de middelen afkomstig is uit de eerste geldstroom van universiteiten zelf en 57% afkomstig is van de subsidieverstrekker. Dat betekent dat iedere euro die universiteiten in competitie verkrijgen voor de uitvoering van onderzoeksprojecten de matchingbehoefte gemiddeld €0,74 bedraagt.

De stijging van projectfinanciering biedt meer kansen om de Nederlandse wetenschap te versterken, maar het vraagt ook om een grotere financiële armslag bij universiteiten om hierop in te kunnen spelen. Gezien de ambitie van de universiteiten en Nederland om tot de top van de wereld te behoren, is het belangrijk dat de eerste geldstroom gelijke pas houdt met de ontwikkeling in de andere geldstromen.

 

Einde bericht

 

Link: