In 2008 afgesproken kenmerken van de regeling BKO


Deelnemende universiteiten hechten belang aan wederzijdse erkenning van de Basiskwalificatie Onderwijs. Zij hechten belang aan uniformiteit waar dat kan en aan ruimte voor differentiatie en profilering waar dat wenselijk is.

 

Wederzijdse erkenning van BKO-regelingen kan plaatsvinden wanneer de regelingen de onderstaande kenmerken vertonen:

Kenmerken betreffende de inhoud:

  • Het niveau van de gecertificeerde docent is beschreven in termen van gedrag (“De docent kan….; is in staat om ….”).
  • De eisen aan docenten zijn in overeenstemming met internationale standaarden voor academische docenten (NVAO, 2.1; Dublin-descriptoren).
  • De eisen aan docenten zijn afgeleid uit de beroepspraktijk (NVAO, 2.1): in concreto betekent dit aandacht voor de resultaatgebieden onderwijsuitvoering, onderwijsontwikkeling, onderwijstoetsing, evaluatie van onderwijs, begeleiding van studenten en organisatie (UFO), c.q. de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisering van onderwijsprogramma’s (NVAO, 2.3).
  • Docenten worden geacht via onderzoek bij te dragen aan de ontwikkeling van het eigen vakgebied (NVAO, 2.3)

 

Kenmerken betreffende de toetsing:

  • Alle resultaatgebieden van de academisch docent komen in de toetsing aan de orde.
  • Voor alle resultaatgebieden van de academisch docent zijn toetscriteria beschreven.
  • Vastgelegd is hoe substantieel de ervaring van docenten op deze resultaatgebieden moet zijn.
  • De toetsing stoelt voor een substantieel deel op reflectie op het eigen professioneel handelen.
  • De toetsprocedure is beschreven.
  • Beschreven is over welke deskundigheid de toetscommissie dient te beschikken.
  • Beschreven is hoe de toetscommissie zorgvuldigheid, vertrouwelijkheid en objectiviteit waarborgt.
  • Kenmerken betreffende het proces:
  • Inhoud, omvang en vorm van ontwikkeltrajecten van docenten (zoals cursussen, coaching; samenstelling portfolio) zijn afgeleid van de eisen waar docenten in de regeling BKO moeten voldoen.
  • In de ontwikkeltrajecten leren docenten de onderwijskundige kennis en actuele onderzoeksresultaten van dit domein toepassen.
  • De instelling faciliteert de professionele ontwikkeling van docenten tot het niveau van de BKO.